Beheer Grootschalige Topografie voor niet-bronhouders

11 september 2018

Campus, recreatie- of bedrijventerrein uniform in beeld

Nu alle bronhouders van de Basisregistratie Grootschalige Topografie BGT aangesloten zijn op de Landelijke Voorziening (LV-BGT) is de beheerfase aangebroken. Naast bestaande bronhouders zijn er echter ook een groot aantal particuliere terreinbeheerders die beschikken over en gebruikmaken van grootschalige topografie. Het beheer van deze terreinen is vaak vergelijkbaar met bijvoorbeeld beheer door gemeenten. Een groot deel van de objecttypen die gemeenten in beheer hebben, zijn ook te vinden op deze terreinen. Als privéterrein zijn zij echter niet opgenomen in de BGT.

Door Robin Kok

 

De BGT in QGIS.

 

De BGT biedt mogelijkheden om het beheer van grootschalige topografie efficiënter in te richten en het gebruik van resulterende data op meerdere plekken en voor meerdere processen in te zetten. Daarmee vormt de BGT, met name IMGeo, een schat aan informatie. De gestandaardiseerde opbouw van de data is een belangrijk pluspunt van de registratie, ook al bestaan er nog veel verschillen in interpretatie, detailniveau en het aantal beheerde objecttypen.

Voordelen van objectgerichte kaart
Ook voor privéterreinen zou een objectgerichte grootschalige kaart voordeel bieden ten aanzien van beheer. Er zijn particuliere terreinbeheerders die al over een objectgerichte kaart beschikken, al dan niet conform de standaard. Met name om het beheer van objecten efficiënt in te richten en overzicht te hebben over de beschikbare data. Daarnaast is het van belang voor deze partijen om gegevens uit te kunnen wisselen met bijvoorbeeld externe partijen die beheertaken uitvoeren, bijvoorbeeld met betrekking tot groenbeheer. Wanneer gewisseld wordt van leverancier, moet de beschikbare informatie overgedragen kunnen worden zonder dat door de vorige leverancier eigen interpretaties en versies van de data/kaart zijn gemaakt. Volgende vraag is uiteraard welke investering de opbouw van een dergelijk bestand vergt. Aangezien er geen bestaande bronhouder is, is er ook geen voorbereid traject, een scenario of tijdspad. Dus maar gewoon beginnen!

De BGT inclusief hoogte.

Campus-terrein
Een van de partijen die, om bovengenoemde redenen, graag wil beschikken over een objectgerichte kaart is de Universiteit Twente (UT). Het universiteitsterrein is in beheer bij het Facilitair Bedrijf van de UT. Aangezien het terrein van de UT tevens een campus is, daarmee beschikt over bijbehorende voorzieningen enzovoorts, kan dit terrein vergeleken worden met een kleine gemeente. André de Brouwer, contractmanager terrein bij het Facilitair Bedrijf van de UT, ziet de voordelen van een objectgerichte kaart en wil dan ook vaart maken met opbouw en gebruik. Het terrein is overigens wel, zij het zonder verdere afstemming, meegenomen in de opbouw van de BGT door de gemeente Enschede. Voor de ‘verplichte’ BGT is echter de GBKN gebruikt als basisbestand en voldoet eigenlijk niet als uitgangspunt voor het gebruik door de UT. Naast de GBKN beheerde de UT namelijk haar eigen grootschalige kaart. Uitwisseling tussen GBKN en de eigen grootschalige kaart heeft nooit gestructureerd plaatsgevonden. Daarmee zijn curieuze verschillen ontstaan. Zo zijn er panden die zowel in BAG en daarmee ook onvermijdelijk in de BGT afwijken van de ‘ingemeten’ eigen geometrie in de grootschalige beheerkaart. Een illustratie van een dergelijke situatie staat weergegeven in figuur links.

Uitwisseling tussen GBKN en de eigen grootschalige kaart van de UT heeft nooit gestructureerd plaatsgevonden. Daarmee zijn curieuze verschillen ontstaan. Zo zijn er panden die zowel in BAG en daarmee ook onvermijdelijk in de BGT afwijken van de ‘ingemeten’ eigen geometrie in de grootschalige beheerkaart.

Stappenplan
Als eerste is er een stappenplan opgesteld om te komen tot een objectgerichte kaart. Wat moet er allemaal gebeuren om te komen tot een uniforme kaart? Bijkomend aandachtspunt was dat de externe partij die het groenbeheer uitvoert weliswaar gebruikmaakte van het bestaande ‘moederbestand’, maar daar ook een eigen interpretatie aan gaf en wijzigingen doorvoerde. Resultaat was dat er, in de loop der tijd, meerdere versies van het ‘moederbestand’ zijn ontstaan. De bestekposten die de UT hanteert met betrekking tot het beheer van de openbare ruimte zijn vervolgens ook weer op die kaart gebaseerd. Reden temeer om over te gaan op één uniforme beheerkaart; enkelvoudige inwinning, meervoudig gebruik!

IMGeo als uitgangspunt
De technische werkzaamheden zoals conversies buiten beschouwing latend, zou eerst gekozen moeten worden voor een datamodel en opslagmethode.Het advies van de uitvoerende partij, landmeetkundig bureau De Landmeetdienst, was om IMGeo als uitgangspunt te nemen en het terrein en inrichting op die wijze vorm te geven. Bij de vraag naar opbouw van een objectgerichte kaart leek dat het meest zinvol. Waarom het wiel opnieuw uitvinden en ook hier geldt dat aansluiten op bestaande modellen uitwisselen en beheer van gegevens eenvoudiger maakt. De vraag aan De Landmeetdienst was om de bestaande grootschalige kaart, als ‘moederbestand’ in een GIS beschikbaar te stellen, zodanig dat interne en externe beheerders over dezelfde informatie beschikken. In een GIS, aangezien dan ook bijvoorbeeld analyses mogelijk zijn. Bij voorkeur zo opgebouwd dat beheerders, leveranciers et cetera dezelfde afgebakende objecten hanteren. Klinkt dit niet als ‘BGT all over!’? De afwijkingen ten opzichte van het moederbestand bleken erg groot. Daarnaast kende de eigen kaart een gedetailleerdere onderverdeling. Ook puntobjecten, zoals putten, palen, straatmeubilair et cetera, zijn in de beschikbare BGT (nog) niet aanwezig. Er was dus duidelijk behoefte aan een beheerkaart op basis van eigen wensen en eisen. Het zou een goed initiatief zijn om afstemming met de gemeente te zoeken, zodat het resultaat wellicht als input kan dienen om de bestaande BGT voor het gebied te actualiseren en verrijken. Ook daarin is uniformiteit natuurlijk van belang.

Geen dure software
Verder bestond de wens om geen ‘dure’ software in huis te hoeven halen. Ook de afhankelijkheid van softwareleveranciers speelt hierbij een rol. Mede om die reden is gekozen om QGIS te gaan gebruiken. Als database is gekozen voor een PostGIS-database. Beide zijn als opensource-software gratis verkrijgbaar en te gebruiken. De Landmeetdienst heeft reeds een aantal QGIS-projecten ingericht, op basis van data in de PostGIS-database. Deze database wordt gehost door IDgis in Holten. Een arbeidsintensief traject volgde om de bestaande CAD-gegevens om te zetten naar een objectgericht bestand. Daarbij moest uiteraard ook een vergelijking gemaakt worden met de aanpassingen en interpretaties aan de kaart die door de externe partijen gemaakt zijn. Ook van de door hen gehanteerde versie van de kaart (eveneens CAD) is een objectgericht bestand gemaakt om een vergelijk uit te kunnen voeren. Beide versies zijn besproken en een aantal uitgangspunten zijn opgesteld voor het verder opwerken van het bestand. Eén daarvan was dat ingemeten elementen altijd als uitgangspunt dienen.

De beheerkaart als GIS-bestand.

Informatie beschikbaar stellen
Opbouw van data is één onderdeel. De logische vervolgvraag was hoe de resulterende informatie vervolgens beschikbaar wordt gesteld aan de UT. Tevens moeten externe partijen gebruik kunnen maken van de uniforme kaart. Daarnaast moest ook hier een beheerscenario worden opgesteld. In het traject werd geadviseerd om het technische beheer van de data bij een externe partij onder te brengen. Zo is beschikbaarheid gegarandeerd en opslag veilig en onafhankelijk geregeld. Onderdeel van externe opslag was ook dat deze partij de data moest kunnen serveren als WFS/WMS-services. Bij het Facilitair Bedrijf van de UT is QGIS geïnstalleerd en zijn projecten ingericht op basis van de services. Het bedrijf IDgis heeft vervolgens de projecten, middels QGIS-server, beschikbaar gesteld als WFS/WMS. Beheer van de data zelf zal alleen door De Landmeetdienst uitgevoerd worden, zij zijn immers ook de inmetende partij. Eventuele aanpassingen, toevoegingen et cetera door externe partijen zal doorgegeven moeten worden aan De Landmeetdienst als beheerder. Dit proces zal in de komende tijd vormgegeven worden. Daarbij zal tevens gebruik worden gemaakt van mobiel-GIS ten aanzien van raadplegen en inventarisaties van met name de inrichtende objecten.

In hoeverre ook hiervoor gebruik zal worden gemaakt van open source als bijvoorbeeld QGIS Field, zullen tests en ervaring moeten uitwijzen.

Muteren in de kaart
Het streven is bij inventarisaties en metingen gebruik te maken van de mogelijkheden die de landmeetapparatuur met bijbehorende software biedt, bijvoorbeeld het rechtstreeks kunnen meten en muteren in de ‘kaart’. Wijzigingen zijn op die wijze vrijwel meteen beschikbaar voor gebruikers van de kaart. Door het gebruiken van de WFS-services zijn de data, naast raadplegen, eveneens beschikbaar voor verder gebruik. Is performance in veel gevallen nogal eens een issue, om welke reden dan ook, bij de ingerichte projecten voldoet de performance ruimschoots aan de verwachtingen. De Landmeetdienst ‘beheert’ de grootschalige kaart op dit moment. Naast de landmeetkundige werkzaamheden adviseert dit bedrijf ook over beheer, gebruik en ontwikkeling van geo-informatie en GIS. Zo zal De Landmeetdienst de UT tevens adviseren en ondersteunen bij het integreren en ontsluiten van ‘ondergrondse infra’ in de kaart. Het is immers wenselijk dat bijvoorbeeld een IMGeo-gasput daadwerkelijk een ‘topologische’ relatie heeft met het gasleiding-stelsel.

De objectgerichte BGT in QGIS

Het lijngerichte CAD-bestand.

Interessant voor terreinbeheerders
Naast de UT zijn er ongetwijfeld een groot aantal terreinbeheerders die eveneens baat kunnen hebben bij een uniforme, gestandaardiseerde grootschalige kaart. Immers, ook zij beheren veelal objecten vergelijkbaar met die van de bronhouders BGT. Ten behoeve van de uitwisselbaarheid verdient het dan ook aanbeveling om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande standaarden en modellen. Groot voordeel is dat gebruikgemaakt kan worden van ruime kennis en ervaring opgedaan in het gehele BGT-traject. Verdere uitbreiding van het model is voor deze partijen daarnaast goed mogelijk.Zij zijn immers geen bronhouders BGT, hoeven niet te leveren aan de LV.

Het kunnen aggregeren van data naar de ‘standaard’ is uiteraard wel wenselijk. Het overschakelen naar een objectgerichte kaart lijkt vaak een complexe en kostbare exercitie. Dat hoeft het niet per se te zijn, uiteraard afhankelijk van de uitgangspunten. Een van de aspecten is de te gebruiken software, vaak een kostbare aangelegenheid. Afhankelijk van wensen en eisen is er echter een goed alternatief. Zo biedt QGIS, in combinatie met bijvoorbeeld een PostGIS-database, een uitstekend alternatief voor betaalde software. Met QGIS-server is het vervolgens mogelijk om data, middels WFS/WMS beschikbaar te stellen. Voor een groot aantal beheerders zal dit alternatief ruimschoots kunnen voldoen aan gestelde wensen en eisen.

Robin Kok r.kok@landmeetdienst.nl is projectleider bij De Landmeetdienst.

Website Landmeetdienst

Comments are closed.