Home -> Editors Desk -> Bouwjaar 9999
Bouwjaar 9999
Sinds de invoering van de BAG is DPG verplicht om, voor 1 juli, bij panden ook het bouwjaar aan de landelijke voorziening aan te leveren. Voor 131400 panden is dat geen probleem. Er zijn echter zo’n 46300 panden zonder bouwjaar. Deze hebben alle een dummywaarde ‘9999’ of ‘1005’ gekregen.
Met het ministerie van I&M (voorheen VROM) is afgesproken dat de panden in het centrum deze dummywaarde mogen houden, maar daarmee blijven er nog steeds zo’n 34000 panden buiten het centrum over waarvan het bouwjaar wèl voor 1 juli aangeleverd moet worden. Dit is dus ongeveer 20% van de gehele voorraad: te veel om in een korte tijd handmatig in te winnen. En archiefstukken zijn ook niet of moeizaam te vinden.
Daarom is er voor gekozen om de bouwjaren te berekenen aan de hand van omliggende bebouwing. De idee hierachter is dat stadsuitbreidingen vaak gebiedsgewijs verloopt. De meeste panden binnen zo’n gebied zullen daarmee in dezelfde periode zijn gebouwd.
Als een heel huizenblok bijvoorbeeld in 1932 is gebouwd, en van één pand in dat blok ontbreekt het bouwjaar, dan is het aannemelijk dat dit pand ook in 1932 is gebouwd.
Aanpak
Maar wat wordt precies bedoeld met ‘omliggende bebouwing’? DPG hanteert hiervoor twee methodes. In beide methodes worden er gebieden aangemaakt aan de hand van panden waarvan het bouwjaar wel bekend is. Elk gebied is aan een bouwjaar gekoppeld. Vervolgens worden de panden-zonder-bouwjaar met die gebieden vergeleken: hebben ze een relatie, dan krijgen ze het bouwjaar van dat gebied toegekend.
De eerste methode maakt gebieden aan met behulp van kadastrale percelen (de LKI-percelen), de tweede methode maakt zogenoemde Voronoiregio’s aan. Wat Voronoiregio’s zijn wordt later uitgelegd.
Eerste methode: perceelaggregaten
De gebieden in de eerste methode worden aangemaakt door LKI-percelen te nemen en te vergelijken met panden waarvan het bouwjaar bekend is. Als alle panden op dat perceel hetzelfde bouwjaar hebben, dan krijgt het hele perceel dat bouwjaar toegekend. Percelen worden samengevoegd tot grotere ‘perceelaggregaten’ als ze naast elkaar liggen en hetzelfde bouwjaar hebben.
![]() |
![]() |
![]() |
| Afbeelding 1: Uitgangssituatie. In lichtgroen de panden waarvan het bouwjaar wél bekend is, en in lichtblauw de kadastrale (LKI-)percelen. | Afbeelding 2: In lichtrood: de percelen waarop panden staan die allemaal hetzelfde bouwjaar hebben. Deze percelen zijn samengevoegd tot perceelaggregaten. | Afbeelding 3: In donkerrood: de panden-zonder-bouwjaar die een ruimtelijke relatie met de (lichtroze) perceelaggregaten hebben. De donkerrode panden die binnen een perceelaggregaat vallen, krijgen het bouwjaar toegekend dat bij dat perceelaggregaat hoort. Ze krijgend dus hetzelfde bouwjaar als alle andere panden op dat perceel. |
Het voordeel van deze methode is dat de clustering van panden direct aan grondeigendom is gekoppeld en daarmee in de meeste gevallen aan de ontwikkeling van een stuk grond. Het lost echter niet alle gevallen op, omdat niet elk perceel panden met een homogeen bouwjaar bevat.
Tweede methode: Voronoiregio’s
Daarom wordt voor de overgebleven panden een tweede methode ingezet. In deze methode worden er gebieden aangemaakt op basis van nabijheid van panden. Rondom elk pand met een bouwjaar wordt een gebied gemaakt. Als je in dat gebied staat dan sta je het dichtst bij dat pand. Je kunt ook zeggen dat die gebieden de invloedssfeer van de panden aangeeft. Een manier om invloedssferen te berekenen is het berekenen van Voronoidiagrammen (ook wel Thiessenpolygonen of Dirichlettesselatie)
Een voorbeeld
De volgende afbeelding geeft een Voronoidiagram weer voor een aantal lokaties (weergegeven met een kruisje). Elke lokatie heeft daarin een eigen Voronoiregio. Stel dat je een brief moet posten, en je staat op het vetgedrukte punt. En stel dat de kruisjes de lokaties van brievenbussen zijn. In dat geval is het, het slimst om naar de brievenbus rechtsonder te lopen: omdat je in de Voronoiregio bij die brievenbus staat, is de brievenbus rechtsonder het dichtst bij.
![]() |
| Afbeelding 4: Voronoidiagram voor een aantal locaties. (bron: http://newmedia.leeds.ac.uk/3730/fielding/kmeans.htm) |
Zie bijvoorbeeld ook de voorbeelden op Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Voronoi_diagram en Wolfram Mathhworld: http://mathworld.wolfram.com/VoronoiDiagram.html
Panden zijn echter vlakvormig, en er moet rekening worden gehouden met de vorm en grootte van de panden. We hebben daarom de berekening van de Voronoiregio’s iets aangepast zodat ze voor polygonen worden berekend. De berekende Voronoiregio’s worden vervolgens weer samengevoegd tot grotere gebieden als ze naast elkaar liggen en hetzelfde bouwjaar hebben.
![]() |
| Afbeelding 5: De zwarte contour geeft de Voronoiregio’s weer rondom panden waarvan het bouwjaar bekend is. De individuele Voronoiregio (per pand) zijn samengevoegd als ze bij panden met hetzelfde bouwjaar horen. |
Als de bouwjaren zijn berekend kunnen de panden die nog steeds geen bouwjaar hebben met de Voronoiregio’s worden vergeleken.
![]() |
| Afbeelding 6: In donkerrood de panden-zonder-bouwjaar. Deze panden krijgen het bouwjaar toegekend van de Voronoiregio waarbinnen ze liggen (als het bouwjaar niet al aan de hand van perceelaggregaten is afgeleid). De panden krijgen hierdoor het bouwjaar van de panden waar ze het dichtst bij in de buurt liggen. |
Iteraties
Het aanmaken van gebieden en het vergelijken van de panden met die gebieden gebeurt in een aantal iteraties. In eerste instantie wordt alleen het bouwjaar overgenomen op panden die volledig binnen de gebieden liggen. Dit proces wordt een aantal keer herhaald, waarbij de panden met een berekend bouwjaar meedoen om nieuwe gebieden te bepalen.
Uiteindelijk blijft er nog een verzameling panden over. Deze krijgen dan het bouwjaar van het gebied waarmee ze voor het grootste deel overlappen. Op die manier wordt voor elk pand een bouwjaar berekend.
Resultaat
Het uiteindelijke rekenwerk heeft voor de 34000 te berekenen bouwjaren totaal ongeveer 2 uur gedraaid. Ongeveer 90% van de bouwjaren is al in de eerste iteratie berekend. Het leuke van deze opdracht is dat het een voorbeeld is van de toepassing van GIS-technologie op een registratie waar je dat wellicht minder snel zou verwachten (de BAG), en dat het toont dat GIS meer is dan het genereren van kaarten.
Auteur: Jeroen de Vries j.devries@dpg.amsterdam.nl.
Inlichtingen over de BAG kunnen worden verkregen bij Marco Scheffers, m.scheffers@dpg.amsterdam.nl (020-253 9356). Dit artikel is met vriendelijke toestemming overgenomen uit Stelselmatig Geo-informatie, de digitale nieuwsbrief van DPG Amsterdam.
www.dpg.amsterdam.nl
















