Home -> Editors Desk -> DPG en de Amsterdamse zedenzaak
DPG en de Amsterdamse zedenzaak
Door Jeroen Riemens en Ries Visser, Dienst Persoons- en Geo-informatie Amsterdam
In het weekend van 12 december 2010 werden diverse medewerkers van Dienst Persoons-en Geo-informatie in Amsterdam opgebeld door de directeur van DPG met de vraag of zij ogenblikkelijk naar kantoor konden komen in verband met een zedenzaak op een kinderdagverblijf. Op dat moment weet je niet wat er allemaal aan de hand is, maar dat het goed fout zit is wel duidelijk.
Al snel bleek dat DPG een belangrijke taak had te vervullen. De medewerkers van het GBA waren druk in de weer om de gegevens van mogelijke slachtoffers boven water te krijgen en de huidige verblijfplaats van de kinderen en hun ouders te achterhalen. Op zondagavond werden twee Geo-medewerkers gevraagd om een kaart te maken die bij de persconferentie gebruikt kon worden. Op deze kaart moest de locatie van kinderdagverblijven en scholen zijn aangegeven. De getroffen kinderdagverblijven waar de verdachte aan verbonden was of was geweest, moesten herkenbaar zijn. Al met al een complexe vraag om op zondagavond onder tijdsdruk te beantwoorden.
Het grootste probleem dat zich voordeed was het verkrijgen van informatie over de ligging van de kinderdagverblijven. Gelukkig waren er een paar maanden eerder een kaarten gemaakt waarin deze kinderdagverblijven werd aangegeven. Deze gegevens waren nog beschikbaar waardoor er snel een kaart gemaakt kon worden die weliswaar niet helemaal actueel was, maar voldoende voor dat moment. Een half uur voor het starten van de persconferentie was de kaart op het stadhuis. Uiteindelijk werd besloten de kaart niet tijdens de persconferentie te tonen. Het tonen had op dat moment geen toegevoegde waarde en zou mogelijk onrust kunnen veroorzaken bij ouders.
De dag na de eerste berichtgeving werd de kaart opnieuw gemaakt met actuelere gegevens die door de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) en door de GGD werden verstrekt. Bij de verwerking van deze gegevens bleek nog eens wat het belang is van het gebruik van adresgegevens uit de BAG. Dit was bij beide bestanden niet het geval waardoor er relatief veel tijd is gaan zitten in het nazoeken van verschillen in adressering. De kaart was voor de recherche een belangrijk hulpmiddel bij het onderzoek in de volgende dagen.
Terugkijkend op deze nare zaak, bleek de rol van Dienst Persoons- en Geo-informatie als stelselbeheerder van de basisregistraties in Amsterdam bijzonder belangrijk te zijn. Er kon snel gereageerd worden op de vragen die op ons afkwamen. Ook de breedte van de informatie die DPG kon verstrekken, bleek cruciaal te zijn.
Het belang van een centrale registratie en beheer van alle (locatie) gegevens die in Amsterdam worden opgebouwd en bijgehouden, blijkt steeds groter te worden. Het is van groot belang bij calamiteiten om snel over actuele gegevens te kunnen beschikken. Het centraal opslaan en beheren van deze data is daarbij een voorwaarde.
www.dpg.amsterdam.nl










