Home -> Editors Desk -> Nederlandse satelliettoepassing helpt klimaatafspraken te controleren
Nederlandse satelliettoepassing helpt klimaatafspraken te controleren
Een Nederlandse technologie om met satellieten ontbossing te monitoren is onderwerp van gesprek tijdens de klimaatconferentie deze week in Kopenhagen. Het Nederlandse bedrijf SarVision ontwikkelde samen met de Wageningen Universiteit een technologie om wereldwijd ontbossing te monitoren. De kap van tropisch regenwoud is een van de grootste bedreigingen voor het klimaat. De Nederlandse ruimtevaartorganisatie Netherlands Space Office coördineerde de technologieontwikkeling en bracht het onder de internationale aandacht.
Tropisch regenwoud
Meer dan tien jaar kostte de ontwikkeling van de technologie. Via het internationale samenwerkingsproject ‘Forest Carbon Tracking Project' werd er dit jaar ruchtbaarheid aan gegeven aldus Ruud Grim van het NSO: ‘De technologie maakt het mogelijk om consistent en wereldwijd een betrouwbare kaart bijhouden van beboste gebieden en de veranderingen die daarin optreden.'
|
Ontbossing in Zuid-Amerika (beeld: WWF).? |
Tropisch regenwoud en veenbossen spelen een cruciale rol in het klimaatvraagstuk. Ze houden koolstof vast die anders in de atmosfeer terecht zou komen - één van de belangrijkste oorzaken voor de opwarming van de aarde. Het is van groot belang om de bossen die er zijn te behouden. Of dat daadwerkelijk gebeurt is vanaf de aarde moeilijk te zien. Met gebruik van satellieten gaat dat een stuk eenvoudiger.
Mondiale landmassa
Volgens Niels Wielaard, projectmanager bij SarVision, heeft de technologie wel iets weg van de buienradar, maar dan om ontbossing te volgen. Het begint met satellieten die het landoppervlak met vaste regelmaat zeer gedetailleerd in kaart brengen. Heel belangrijk zijn hierbij de radarinstrumenten, zoals ASAR aan boord van de Europese aardobservatiesatelliet Envisat. Radar kan, anders dan optische meetinstrumenten, door de wolken heen kijken naar het aardoppervlak. Zo maakt ASAR elke 35 dagen een compleet beeld van de mondiale landmassa.
Het ASAR-instrument op Envisat speelt een belangrijke rol bij het in kaart brengen van landoppervlak (beeld: ESA). |
‘
Met de ruwe satellietgegevens kun je nog niet zoveel', zegt Wielaard. ‘Daarom heeft SarVision samen met de Wageningen Universiteit een dienst ontwikkeld die gegevens van verschillende satellieten bijna automatisch verenigt en vervolgens interpreteert. Samen met informatie van lokale experts en grondgegevens, bijvoorbeeld over het landgebruik in een regio, wordt het op deze manier mogelijk om ontbossing in kaart te brengen.'
Kopenhagen
Tijdens vorige klimaattoppen grepen landen nog wel eens naar het excuus dat het moeilijk is om te controleren of landen zich aan de afspraken houden. De techniek zou daar nog niet klaar voor zijn. Daarop vroeg het internationale samenwerkingsverband GEO (Group on Earth Observations), coördinator van het Forest Carbon Tracking Project, aan SarVision om de techniek voor het monitoren van ontbossing verder te vervolmaken. ‘Wij zijn zover', zegt Wielaard. ‘In Kopenhagen zal GEO aan alle landen aantonen dat de techniek er is. Nu is het aan de deelnemende landen om die techniek ook in te zetten.'
De demonstratieversie van het Nederlandse deel van het internationale Forest Carbon Tracking systeem spitst zich toe op twee landen met veel tropisch regenwoud: Indonesië en Guyana. Voor een visueel aantrekkelijke en laagdrempelige presentatie worden kaarten van 2007, 2008 en 2009 getoond in Google Earth. Zo wordt heel snel zichtbaar hoe op verschillende plaatsen regenwoud verdwijnt, mogelijk voor de aanleg van palmolieplantages of ten gevolge van illegale houtkap of mijnbouw.
Klimaatconferentie in Kopenhagen. |
Nederland loopt voor
Ruud Grim is ervan overtuigd dat de Nederlandse bijdrage in Kopenhagen hoge ogen gooit. Maar de weg naar daadwerkelijke implementatie is nog lang. ‘Nederland heeft deze techniek ontwikkeld. Daarmee lopen we absoluut voor op de rest van de wereld. Maar geen enkel land kan alleen de mondiale ontbossing monitoren. Er moet een grote internationale organisatie opstaan die dit op zich neemt. Dat kan bijvoorbeeld de UNFCCC van de Verenigde Naties zijn, of de Wereld Voedsel Organisatie. Hopelijk wordt in Kopenhagen de eerste aanzet gegeven.'
GEO zal de discussie over ontbossing en de monitoring daarvan aanjagen. Op de onlangs gehouden plenaire vergadering in Washington hebben alle GEO leden (tachtig deelnemende landen en de Europese Commissie) unaniem ingestemd om het Forest Carbon Tracking Project voort te zetten en de stap naar de operationele fase te maken. Grim: ‘Nederland kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.'










