Home -> Editors Desk -> Pilot Geoservices bij het CRIG
Pilot Geoservices bij het CRIG
Door Wim BlankenIn 2009 is door het Centrum voor Ruimtelijke Informatiekunde Groningen (CRIG) in samenwerking met GEON een pilot uitgevoerd waarbij een complete Geografische Informatie Infrastructuur (GII) is ingericht op basis van de ESRI software ‘ArcGIS Server' [versie 9.3.1.]
Het Centrum voor Ruimtelijke Informatiekunde Groningen (CRIG) (www.rug.nl/frw/crig) van de Rijksuniversiteit Groningen stimuleert en ondersteunt het gebruik van ruimtelijke analyse- en visualisatietechnieken binnen en buiten de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Het centrum is verantwoordelijk voor het geven, ontwikkelen en ondersteunen van het GIS- en cartografieonderwijs binnen het facultaire bachelor- en masteronderwijs. Daarnaast richt het zich op technische ondersteuning en inhoudelijke toepassingen van ruimtelijke informatiekunde binnen de faculteit, de universiteit en daarbuiten.
De groeiende behoefte aan geo-informatie bij studenten en medewerkers zorgt ervoor dat de druk op het CRIG toeneemt. Het CRIG is daarom op zoek naar Geo-ICT oplossingen die er voor zorgen dat klanten sneller en beter geholpen kunnen worden met de zoektocht naar, èn het gebruik van geo-informatie. In 2009 is door het CRIG in samenwerking met GEON een pilot uitgevoerd waarin deze problematiek centraal stond. Hierbij is bij het CRIG een complete Geografische Informatie Infrastructuur (GII) ingericht op basis van de ESRI software ‘ArcGIS Server' [versie 9.3.1].
Een Geografische Informatie Infrastructuur (GII) verzorgt de beschikbaarheid van en toegang tot geografische informatie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van geo-enabled webservices (geoservices), al dan niet op basis van open standaarden. In Nederland werkt de overheid op basis van dezelfde principes hard aan de opbouw van de Nationale GII. Tijdens de opening van het CRIG op 29 januari 2010 zijn de resultaten van de pilot gepresenteerd.
Het belangrijkste doel van de pilot was om ervoor te zorgen dat de productieomgeving die in de loop van 2010 zal worden ingericht zowel functioneel als technisch een stabiele oplossing is. Naast de inrichting van de database, de geoservices en de applicaties is tijdens de pilot gewerkt aan de inrichting van een geoportaal op basis van de ESRI software ‘Geoportal Extension'. Het resultaat hiervan is een website waarin een gebruiker in de metadatacatalogus kan zoeken naar specifieke geo-informatie. Vervolgens kan de gebruiker op basis van de gevonden dataset de geoinformatie bekijken of toepassen.
In de pilot zijn naast de informatie die vanuit het CRIG wordt ontsloten ook externe services opgenomen in het portaal, waaronder de ‘Nieuwe kaart van Nederland'. Hoewel de initiële installatie en configuratie van de meeste componenten van de pilot infrastructuur binnen een dag of twee konden
worden gerealiseerd, is er ook een aantal problemen opgetreden. Daardoor voldoet de infrastructuur die in de pilot is opgebouwd niet volledig aan alle wensen die van te voren zijn gesteld. Zo is het in de pilot nog niet gelukt om aansluiting te vinden op het authenticatie- en autorisatiesysteem van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast werd duidelijk dat er voor de inrichting van een volledig functionele GII naast de aankoop van software ook een flinke hoeveelheid maatwerk noodzakelijk is in de ‘Geoportal Extension' component en de aansluiting met de beheercomponent voor metadata (Geosticker). Beheersmatig is dat voor het CRIG problematisch, zeker in het geval van bijvoorbeeld toekomstige updates naar ArcGIS 10.
De inrichting van de pilot infrastructuur (en de ervaringen met soortgelijke software van andere leveranciers) maakt duidelijk dat het niet mogelijk is om zonder een bepaalde hoeveelheid maatwerk een goed (gebruikersvriendelijk) en beschermd portaal in te richten. De huidige applicaties zijn ‘out of the box' gericht op geo-technici in plaats van gebruikers. Deze laatste hebben immers veelal behoefte aan een eenvoudige interface à la Google in combinatie met heldere uitleg over het gebruik van de services in de eigen applicaties. Een dergelijke ergonomische interface valt nu ‘out of the box' nog niet te realiseren. Hier is dus nog een grote slag te slaan. Het belangrijkste doel van de pilot is daarmee wel bereikt. De ervaringen uit de pilot, vastgelegd in documentatie en in een advies, kunnen er namelijk voor zorgen dat de in 2010 in te richten productie-omgeving een veel grotere kans van slagen heeft.
Bron: www.geon.nl










