Home -> Online artikelen -> Perceelsinformatie boerenbedrijf onderdeel informatiesysteem

13-06-2007

Een basisregistratie voor agrarische sector

Perceelsinformatie boerenbedrijf onderdeel informatiesysteem

 

Door: Robin Wevers

In de GIS-wereld bestaat het beeld dat het overgrote deel van alle informatie op één of andere manier locatiegebonden is. Een sector waar dat in hoge mate voor geldt, is de agrarische sector. Het is tevens een sector waar je als buitenstaander niet verwacht, dat het gebruik van geo-informatie er al op grote schaal wordt gebruikt. Die veronderstelling is voor een deel juist. Het project GEOBoer ziet dan ook veel mogelijkheden om bestaande geoinformatie efficiënter in te zetten.

 

Publieksprijs

GEOBoer is een project in het kader van Ruimte voor Geo-Informatie. In maart organiseerde RGI de Nationale Geo-Innovatie Dagen. Op de tweede en laatste dag zijn publieksprijzen uitgereikt voor de drie meest aansprekende projecten op het congres in de categorieën wetenschap, maatschappij en economie. De 450 congresgangers is gevraagd de projecten te beoordelen op de criteria innovativiteit, voorbeeldfunctie voor ketenpartners en maatschappelijk relevantie. In de categorie economie ging de prijs naar het project GEOBoer.


De Nederlandse agrariër wordt al jaren geconfronteerd met veranderende regelgeving en een grote formulierenstroom. Veel gaat richting Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel­kwaliteit (LNV), onder andere voor de landbouwtelling, Europese landbouwsteun en mestwetgeving. De traditionele werkwijze daarbij is, dat het ministerie papieren kaarten naar een boer stuurt, die daarop de grenzen van zijn landbouwpercelen aangeeft. Tevens moet hij aangeven waar bijvoorbeeld maïs of aardappelen worden verbouwd. Dat gebeurt jaarlijks, omdat elk jaar andere gewassen verbouwd kunnen worden. Aardappelen kunnen vanwege ziekte-risico bijvoorbeeld maar eens in de drie jaar op een zelfde perceel worden verbouwd. De papieren kaart gaat vervolgens terug naar LNV en wordt daar gedigitaliseerd. Inmiddels is wel de stap gemaakt dat boeren de mogelijkheid wordt geboden via internet hun gegevens, waaronder perceelsinformatie, in te zien en daarop de benodigde informatie aan te geven en terug te sturen naar LNV. Mede naar aanleiding van het rapport ‘Lastige lasten’ dat onder regie van Winnie Sorgdrager in 2002 is opgesteld, is er serieuze aandacht ontstaan voor het verlichten van de lastendruk in de agrarische sector. Het rapport suggereert één LNV-loket in het leven te roepen en eventueel een basisregistratie percelen, dat zou moeten aansluiten op het landelijke stelsel van basisregistraties. De bedrijfsmanagement-systemen in de agrarische sector kunnen dan worden gekoppeld aan het LNV-loket.


Landbouwpercelen worden steeds meer digitaal in kaart gebracht en uitgewisseld.

 

GEOBoer

GEOBoer is duidelijk geënt op de ideeën die in ‘Lastige Lasten’ zijn

verwoord. Een citaat uit het rapport: “Belangrijke voorwaarde is een zekere standaardisatie van het elektronisch verkeer tussen agrarische ondernemers met ketenorganisaties en overheden”. Tamme van der Wal, directeur van Portolis en nauw betrokken bij het project licht toe wat het project behelst. “Het project streeft naar het opzetten van een nationale geo-informatie infrastructuur (NGII) voor de agrarische sector.” Van der Wal maakt duidelijk dat er redelijk wat geografische informatie digitaal voorhanden is, maar op dit moment slechts selectief beschikbaar en verre van optimaal wordt gebruikt. Over GEOBoer zegt Van de Wal : “Het project beoogt partijen bij elkaar te brengen om standaarden af te spreken voor het omgaan met geoinformatie en zo de boer te helpen deze informatie goed in te kunnen zetten.” In het project participeren twaalf partijen waaronder onderzoeksbureau Alterra uit Wageningen, het ministerie van LNV, LTO Nederland, agro-ICT bedrijven en praktijkonderzoek. Cruciaal in GEOBoer is de regierol van de agrariër, die als spil en beslisser tijdige en gerichte geo-informatie kan leveren en ook kan gebruiken. De boer moet in zijn eigen managementsysteem deze landbouwpercelen zien en kunnen wijzigen. Dit gebruikt hij als basis voor de verplichte registraties en subsidies, bijvoorbeeld in het kader van de mestwet. Maar hij kan het ook gebruiken voor informatieverstrekken aan aan­leverende en afnemende partijen. De keten van de agrarische sector kent leveranciers van diverse grondstoffen, het agrarisch bedrijf zelf en de afnemers. Aardappelverwerkende bedrijven willen graag weten waar aardappelen worden verbouwd, onder andere in verband met verspreiding van mogelijke ziektes en voor certificering. De suikerbietenindustrie kent een strakke seizoengebonden planning en heeft voor de logistieke planning veel baat bij goede informatie over de lokatie van de suikerbietenteelt.


Mestwetgeving draagt bij aan papieren rompslomp.


 

Praktijkdag precisielandbouw

In de agrarische sector is behalve de toegenomen belangstelling voor GIS ook een toegenomen belangstelling voor satellietnavigatie onder invloed van dalende prijzen voor hogere precisie.
Dit is een stimulans voor een verdere ontwikkeling van de precisielandbouw. Ook hier speelt geoinformatie een cruciale rol: door nauwkeurige plaatsbepaling kan bijvoorbeeld landbewerking zoals zaaien, spuiten en bemesten efficiënter plaatsvinden. In een aantal projecten worden toepassingen ontwikkeld en getest: GeoLogisch over GPS toepassingen in de landbouw en FieldFact over landbouw-toepassingen van het europese satellietnavigatiesysteem Galileo.
Op 5 juli wordt door ‘Praktijkonderzoek Plant en Omgeving’ (PPO) van de Universiteit Wageningen een praktijkdag precisielandbouw georganiseerd. Hier presenteert zich een aantal organisaties waaronder de projecten GeoLogisch, GEOBoer en het Europese project FieldFact.

Tractor-machine-combinaties worden met grote precisie over het terrein geleid.

Basisregistratie percelen

Het ministerie van LNV heeft een Basisregistratie Percelen opgezet, eventueel om onderdeel te worden van het stelsel van basisregistraties. Daarbij gaat het om de landbouwpercelen. De grenzen hiervan wijken veelal af van de kadastrale percelen en volgen meestal wegen, sloten en bosranden. Daar­binnen worden nog verschillen in gewas en gebruiker aangegeven. Het is een eis van Europa, dat steunregelingen worden ondersteund met een landsdekkend systeem. Inmiddels beschikt het ministerie van LNV over een compleet bestand. Hierbij zou goed de slogan uit het stelsel toegepast kunnen worden van ‘eenmalig inwinnen en meervoudig gebruik’. Het idee is dan dat het ministerie van LNV de gegevens eenmalig inwint en er voor zorgdraagt, dat belanghebbenden uit de keten er gebruik van kunnen maken. Belangrijke belemmering: de boeren zijn eigenaar hun aangeleverde gegevens, LNV mag deze gegevens dus alleen selectief verstrekken. In het landelijke stelsel geldt een strak regiem van verplicht gebruik van gegevens en de verplichting vermeende fouten terug te melden aan de bron. Omdat het in de agrarische sector gaat het om private partijen is dit regiem niet zo maar op te leggen. Mede daarom lijkt aansluiting bij het landelijke stelsel nu niet voor de hand te liggen. De principes van het stelsel kunnen vanzelfsprekend op kleinere schaal wel worden gevolgd.

 

Robin Wevers (r.r.wevers@freeler.nl) is freelance schrijver van geo-ict-artikelen. Voor meer informatie over de in dit artikel besproken onderwerpen kijkt u op (www.geoboer.nl) en (www.ppo.wur.nl/NL/.) Op 5 juli vindt de Nationale Demodag Geo plaats in het Proefcentrum PPO-agv te Lelystad. Surf voor meer informatie naar (www.precies2007.nl)