Home -> Online artikelen -> Vogels met GPS-rugzakje

06-04-2010

Vlieggedrag in beeld
Vogels met GPS-rugzakje

Door: Willem Bouten, Edwin Baaij, Jelle Treep en Frank Majoor

De Universiteit van Amsterdam heeft een miniatuur GPS-rugzakje ontwikkeld om het gedrag van vogels te bestuderen. Een zonnepaneel, batterijlader en batterij, een GPS-ontvanger en -antenne, een processor en geheugen, een sensor om de vleugelslagfrequentie te meten, en een Radiozender en ontvanger, alles bij elkaar maar twaalf gram.

Het gedrag van vogels is fascinerend. Vogeltrek wordt al enige tijd bestudeerd door een GPS-rugzakje met satellietzender op de rug van een vogel aan te brengen en hem of haar dan te volgen op de route naar Afrika (bijvoorbeeld op www.grauwekiekendief.nl). Het is jammer dat dergelijke zenders maar een paar punten per dag opleveren. Weliswaar is het genoeg om te zien waar ze heen gaan, maar het is veel te weinig om echt te begrijpen wat ze onderweg doen. Dergelijke zenders zijn nauwelijks bruikbaar om het gedrag van vogels bij het fourageren te bestuderen. De Universiteit van Amsterdam (UvA) heeft daarom een GPS-systeem ontwikkeld waarmee met zeer hoge frequentie gemeten kan worden.


Afbeelding 1: De UvA-GPS en een van de ooievaars met een GPS-rugzakje.

 

Afbeelding 2: De berekende voelbare warmtestroom (H) rond het ooievaarsdorp Gorssel als de zon op zijn hoogste punt is.
Dag 108 t/m dag 113.
Blauw=0 Wm-2, donkerrood = 600 Wm-2.

GPS-rugzakje
Het GPS-systeem van de UvA is ontwikkeld om lokaal vogelgedrag te kunnen bestuderen. Het gaat om een logger die 3D GPS-posities bepaalt en in het geheugen opslaat met een in te stellen interval van minimaal drie seconden. Een ingebouwde bewegingssensor meet twintig keer per seconde de versnelling in drie richtingen. Het bijzondere van dit systeem is dat de instellingen van het meetprogramma vanuit het grondstation veranderd kunnen worden, ook als de vogel rondvliegt. Op die manier kan het meetprogramma afgestemd worden op de opbrengst van het zonnepaneeltje. De radiozender/ontvanger zendt uiteindelijk de gegevens uit het rugzakje over naar een grondstation dat draadloos in verbinding staat met de computer van de universiteit. Daar worden de gegevens automatisch verwerkt, opgeslagen in de database en gevisualiseerd in Google Earth KML-bestanden.

De radio zender/ontvanger zendt de gegevens uit het rugzakje over naar een grondstation dat draadloos in verbinding
staat met de computer van de universiteit. Daar worden de gegevens automatisch verwerkt, opgeslagen in de database
en gevisualiseerd in Google Earth KML-bestanden.

 

Afbeelding 3: 16 minuten uit het leven van een ooievaar:
1: loopt rond en pikt in de grond,
2: klapwiekt,
3: zweeft,
4: staat op nest.

Ooievaars en thermiek
Rond het ooievaarsstation in Gorssel gebruikt Sovon samen met Vogelbescherming het GPS-systeem van de UvA om het foerageergebied van drie ooievaars gedetailleerd in kaart te brengen. Van begin april tot hun vertrek in half juli is overdag gemiddeld elke twee minuten vastgelegd waar ze hun voedsel vandaan halen. De UvA gebruikt dezelfde gegevens om het vlieggedrag in thermiek te bestuderen. In Afbeelding 3 is een voorbeeld te zien. Deze ooievaar heeft eerst tweeënhalf uur op een versgeploegde akker rondgelopen (A), zoekend naar eten. Vervolgens gaat hij terug naar zijn nest (B). Klapwieken wil hij niet. Daarom zoekt hij thermiek op. Het is een zonnige dag. Boven de spoorlijn met donkere keien maakt hij een goede kans (C). Maar helaas, er staat wind en de thermiekbel boven de spoorbaan verwaait bij zo'n honderd meter hoogte (D): te laag om naar huis te zweven. Daarom zoekt hij verder en vindt hij uiteindelijk boven het bos (E) een hogere thermiekkolom. Daarmee stijgt hij tot ruim driehonderd meter (F) zodat hij zonder te klapwieken, zwevend thuis kan komen. Maar hij heeft zich verrekend. Hij komt te hoog uit en maakt nog een extra rondje (G) om te kunnen landen op het nest. Dergelijke gegevens zijn uniek, en van groot belang om de ecologie van ooievaars te kunnen begrijpen.

Andere vogelsoorten
De Uva doet ook aan veel andere soorten onderzoek. Zo wordt er gekeken naar het trekgedrag van wespendieven en grauwe kiekendieven, het foerageergedrag van de scholekster op Schiermonnikoog en de kleine mantelmeeuw op Texel. Ook bestudeert de UvA het gedrag van kraaien en buizerds op het vliegveld in Leeuwarden in de hoop met die kennis vliegtuigaanvaringen te voorkomen.

Willem Bouten W.Bouten@UvA.nl is hoogleraar Computational Geo-Ecology aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Edwin Baaij werkt bij het Technologie Centrum van de UvA, Jelle Treep is UvA-student en Frank Majoor werkt bij Sovon.

www.sovon.nl
www.science.uva.nl