Home -> Van de redactietafel -> Betere weersvoorspelling met kaart van waterdamp in atmosfeer

02-02-2010

Betere weersvoorspelling met kaart van waterdamp in atmosfeer

Weersvoorspellingen, satellietnavigatie in de auto en de inspectie van dijken of aardgasvelden. Al deze toepassingen van satellietgegevens worden nóg nauwkeuriger als we meer weten over de verdeling van waterdamp in onze dampkring. Dat zegt Roderik Lindenbergh van de TU Delft. Lindenbergh deed onder meer onderzoek met het satellietinstrument MERIS aan boord van de Europese milieusatelliet Envisat. Zijn onderzoek werd ondersteund vanuit de Nederlandse ruimtevaartorganisatie NSO.

We zijn niet anders gewend dan dat TomTom de weg wijst en dat de weerman vertelt of het later vandaag bewolkt wordt of zonnig. Waar we meestal niet bij stilstaan, is de foutmarge in beide toepassingen. Lindenbergh: ‘Satellietnavigatie in de auto is tot een paar meter nauwkeurig. Het kastje op je dashboard weet niet of je op de hoofdrijbaan zit, of op de ventweg ernaast. Datzelfde geldt voor de heel moeilijk te voorspellen onweersbuien. Zelfs de beste weerman kan je niet vertellen of de hoofdact van het muziekfestival Pinkpop in het water valt door een onweersbui.'


Waterdampkaart van de wereld, gemaakt door
het MERIS-instrument op Envisat.
(beeld ESA) Verstrooid

Waterdamp is de spelbreker. GPS-satellieten sturen radiosignalen naar de aarde. Die raken verstrooid of vertraagd door waterdamp in de atmosfeer. Hetzelfde geldt voor de signalen van het instrument ASAR aan boord van de Europese aardobservatiesatelliet Envisat. Dit radarinstrument stuurt signalen naar de aarde om ze even later weer op te vangen. Op de heen- én de terugweg wordt het signaal beïnvloed door waterdamp in de atmosfeer. Met afwijkingen tot gevolg in metingen van oceaanstromen, ijskappen en de topografie van landmassa's.

Lindenbergh gebruikte een ander instrument op Envisat, de Medium Resolution Imaging Spectrometer (MERIS), om te onderzoeken hoe waterdamp in de atmosfeer verdeeld is. Met behulp van gegevens uit twee golflengtegebieden wordt een schatting gemaakt van de hoeveelheid waterdamp die zich tussen de satelliet en de aarde bevindt. ‘Hoeveel waterdamp op elke willekeurige hoogte zit, kunnen we niet zien. Maar hier geldt: beter dat we iets weten, dan dat we niets weten.'


De gecombineerde gegevens van GPS en MERIS leveren een nauwkeurigere
waterdampkaart. Links: MERIS-kaart, midden: GPS, rechts: het verschil
tussen de twee kaarten. (beeld: TU Delft)

GPS-stations

Een tweede manier om waterdamp te meten, is met GPS-grondstations. Door de positie van de verschillende GPS-satellieten, de hoogte van het grondstation en de vertraging in het signaal mee te wegen, ontstaat een kaart van de waterdampverdeling in de atmosfeer. Lindenbergh gebruikte naast MERIS 25 GPS-stations in heel Nederland. Zulke kaarten zijn minder gedetailleerd dan de MERIS-kaarten, maar wel actueler. Ze leveren continu meetgegevens, terwijl MERIS er drie dagen over doet om de hele aarde één keer helemaal in kaart te brengen.

‘Dankzij dit onderzoek zijn we in staat om de nauwkeurigheid van de GPS- en ASAR- metingen te verbeteren met MERIS-data. En omgekeerd kunnen we MERIS verbeteren met behulp van de GPS-gegevens', aldus Lindenbergh. ‘Het is voor het eerst dat we de distributie van waterdamp vanuit twee gezichtspunten in kaart hebben gebracht: zowel vanaf de grond, als vanuit de ruimte.'


De onderzoekers maakten gebruik van het
MERIS-instrument op de Envisat.
(beeld: ESA) Klimaatonderzoek

De nauwkeuriger waterdampgegevens komen niet alleen de meteorologie en satellietnavigatie ten goede. Klimaatonderzoekers zitten erom te springen, want waterdamp is het belangrijkste broeikasgas in de atmosfeer. Daarnaast zijn veel landmeetkundige toepassingen tegenwoordig gebaseerd op satellietmetingen. Gebouwen, gaswinningslocaties en dijken worden vanuit de ruimte gemonitord. Lindenbergh: ‘Onze methode om waterdamp uit satellietdata te schatten kan in veel verschillende toepassingen worden gebruikt. Met als gevolg aanzienlijk nauwkeuriger gegevens.'

NSO

Roderik Lindenbergh deed zijn postdoc-onderzoek aan de TU Delft met financiële steun vanuit het Programma Gebruikersondersteuning Ruimteonderzoek, dat de Nederlandse ruimtevaartorganisatie NSO uitvoert namens NWO. Dit programma stelt in Nederland werkzame onderzoekers in staat om gebruik te maken van de wetenschappelijke infrastructuur in de ruimte. Het programma loopt van 2007 tot en met 2011.

www.spaceoffice.nl





nedgraphics
GIS Tech 2010