De BGT in fusiegemeenten

5 september 2018

Bestanden moeten worden samengevoegd

Wanneer twee of meerdere gemeenten worden samengevoegd in een fusiegemeente, verandert er het een en ander voor het aanleveren van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) aan de Landelijke Voorziening. Ook het interne gebruik kan per gemeente verschillen.

Door Wil van de Berg en Remco Takken

In de wet achter de BGT worden individuele gemeenten aangewezen als BGT-bronhouder voor hun grondgebied. Ambtelijke samenwerkingen beheren nog steeds autonome BGT’s van elke deelnemende gemeente. Bij een herindeling houdt een aantal gemeenten van rechtswege op te bestaan en ontstaat één nieuwe gemeente.

Het BGT-bronhouderschap is onlosmakelijk met dit proces verbonden: bestaande BGT-bronhouders houden op te bestaan en er ontstaat één nieuwe BGT-bronhouder. Op die nieuwe BGT-bronhouder rusten alle verplichtingen die in de wet BGT zijn vastgelegd. Dus ook de zorg voor één gemeentedekkend BGT-bestand.

Jaap Bonnema, adviseur informatiebeleid bij de gemeente Waadhoeke: 
“Het voelt af en toe echt als een monnikenklus.”

Wat komt daarbij kijken?
De tijd waarin we met drie muisklikken ’rücksichtslos’ twee GBKN CAD-bestanden konden samenvoegen, ligt al een tijdje achter ons. We werken inmiddels met objectenverzamelingen die aan strikte modelregels moeten voldoen. Die modelregels zijn gemeentegrensoverschrijdend. De BGT existeert op meerdere plekken: bij de bronhouder, bij het SVB-BGT, in PDOK en misschien ook nog bij een ingenieursbureau. We hebben de eerste stappen gezet op het gebied van meervoudig gebruik: BOR-afdelingen zijn via StUF-berichten op de BGT ingeplugd en bij een aantal gemeenten is al een BAG-BGT-koppelvlak operationeel. Daarnaast moet een aantal formele zaken worden geregeld: het SVB-BGT moet de nieuwe BGT-bronhouder opvoeren en de voormalige BGT-bronhouders afvoeren. Het moge duidelijk zijn dat gegevenstechnische acties, verschuivingen van verantwoordelijkheden, procesaanpassingen en formele handelingen op bepaalde momenten in elkaar grijpen. Bovendien moeten tijdens de BGT-samenvoeging de ’oude’ BGT-winkels gewoon open blijven.

Wat moet er georganiseerd worden?
Belangrijk is niet alleen wat er allemaal moet worden gedaan, geregeld, uitgezocht en (af)geleerd, maar ook in welke volgorde dat moet gebeuren en door wie.

Dat bepaalt uiteindelijk de kwaliteit van het eindresultaat. Voor de doorlooptijd en planning is natuurlijk inzicht nodig in de hoeveelheid werk die met elke stap gemoeid is. Hierna schetsen we een aantal vragen die in het Plan van Aanpak aan de orde moeten komen. De lijst is niet limitatief, maar geeft een goede indruk van de verschillende soorten aandachtspunten die aan de orde komen.

Keuzes vooraf
Welk scenario heeft de voorkeur: één bestaande BGT aanvullen of een heel nieuwe BGT inrichten? Wat doen we met BGT-historie? Vinden er nog andere ICT-acties plaats, zoals bijvoorbeeld: een Oracle- of CAD-update, herinrichting van het Gegevensmagazijn, sanering van BOR-systemen, sanering van BAG-systemen?

Randvoorwaarden
Stel een mutatiestop in. Het dubbel doorvoeren van mutaties maakt de samenvoeging nodeloos complex. Houd wel rekening met de impact hiervan op de BGT-gebruikers van alle betrokken gemeenten. Binnenkomende abonnementsberichten moeten opgespaard worden om later alsnog verwerkt te kunnen worden. Bestaande BGT-objecten moeten een nieuwe bronhoudercode en GIS-objectnummer krijgen en het nieuwe BGT-systeem moet de nieuwe bronhoudercode gaan gebruiken.

Aandachtspunten
Hebben alle betrokken gemeenten in hun BGT dezelfde Objectencatalogus BGT/IMGeo gebruikt? Zo nee, wat zijn de verschillen en hoe gaan we daarmee om? Hoe zijn gemeentegrensoverschrijdende IMGeo/BOR-objecten opgenomen? Wat is de werkvoorraad voor BGT Fase 2 van elke betrokken gemeente? Hoe verwerken we alle opgespaarde abonnementsberichten? Wanneer herstellen we de koppeling BOR-BGT? Wanneer herstellen we de koppeling BAG-BGT? Op welk moment moet of kan de ’initiële’ levering aan het SVB plaatsvinden? Wie regelt de aansluiting op het (nieuwe) interne Gegevensmagazijn? Waar vinden acties plaats? Bij elke betrokken gemeente, bij de ’nieuwe’ gemeente of bij het SVB? Wie moeten acties uitvoeren? Elke betrokken gemeente, de ’nieuwe’ gemeente, het SVB, de leverancier van het BGT-systeem en/ of de leverancier van het BOR-systeem (pragmatisch koppelvlak BOR-BGT)? Naarmate de tijd vordert, zal dit lijstje langer worden: de leverancier van het BOR-systeem (StUF-koppelvlak BOR-BGT) en de leverancier van het BAG-systeem (StUF-koppelvlak BOR-BAG) komen er nog bij. Voorbeelden van een dergelijk traject vinden we in de nieuw gevormde gemeenten Waadhoeke (Fryslân) en Midden-Groningen.

Fusiegemeente Waadhoeke.

 

Voortraject fusie
De Friese gemeente Waadhoeke en Midden-Groningen zijn nog jong. Ze bestaan vanaf 1 januari 2018. De eerste is een gebied met 41 kernen, waarvan Franeker de hoofdplaats is. Dit nieuwe geheel ontstond uit de voormalige gemeenten Franekeradeel, het Bildt, Menameradiel en uit vier dorpen van de voormalige gemeente Littenseradiel. De gemeenten Franekeradeel, Menameradiel en het Bildt hebben de opbouw van de BGT als eerste gezamenlijke project opgepakt, al ruim voor de fusie. De gemeente Leeuwarden heeft samen met Antea Group, een zestal CAD-tekenaars en NedGraphics de BGT opgebouwd voor de delen van Littenseradiel die overgingen naar Leeuwarden en Waadhoeke. Súdwest-Fryslân heeft het resterende deel van Littenseradiel opgebouwd. Een van de CAD-tekenaars die in Leeuwarden mee heeft gewerkt aan de opbouw van Littenseradiel is Martijn Nota, hij is sinds geruime tijd ingehuurd via Kenonz BV bij gemeente Midden-Groningen. Deze nieuwe gemeente is ontstaan uit een fusie tussen gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde. Het team basisregistraties en geo werkte al ver voor de fusie samen, hier werd ook de opbouw en samenvoeging van de BGT belegd. Martijn Nota is toegevoegd aan dit team als applicatiebeheerder geo.

NGdW en NedBrowser
Zowel Franekeradeel als Hoogezand-Sappemeer en Slochteren werkten al vóór de opbouw van de BGT met NGdW en hebben sinds 2016 de BGT in de Landelijke Voorziening. “Net als de opbouw hebben we ook de bijhouding en het beheer met de drie gemeenten samen opgepakt”, aldus Jaap Bonnema, adviseur informatiebeleid bij de gemeente Waadhoeke. “Bovendien hebben we een eigen intern mutatiemeldsysteem. NedBrowser is daarbij onze viewer van de GIS-omgeving. Het voelt af en toe echt als een monnikenklus. Omdat we de opbouw met z’n drieën hebben gedaan, was de uniformiteit gewaarborgd. Het monnikenwerk zit in de verwerking van de jaarlijkse mutaties die we uit luchtfoto’s halen. We moesten de data uit drie datasets samenvoegen. Omdat iedere gemeente haar eigen ruime abonnementsgebied had, zaten de data er langs de gemeentegrens er dubbel en soms driedubbel in. Het samenvoegen van die data zonder dubbelingen was ook bewerkelijk en was een traject van vallen en opstaan. Uiteindelijk is het gelukt.”

Testen in lege productiedataset
Martijn Nota vertelt over zijn ervaringen in Midden-Groningen: “Ik heb veel contact gehad met een van de consultants van NedGraphics. Dat ging zeer soepel, het voelde als een ‘één-tweetje’. Er is een nieuwe server ingericht met de nieuwste versie van NGdW en de nieuwe lege productiedataset. Daar konden we testen welke stappen we moesten doorlopen om tot één samengevoegde BGT te komen. We hebben van de drie gemeenten een export gemaakt naar XML, de GIS-objectnummers en BAG-datadefinities werden er door Jeroen uit gehaald. Vervolgens zijn de overlappende objecten door de tekenaar verwijderd en begon het testen met het importeren van het bestand. Er waren een aantal parameters op de Oracle-database die we moesten veranderen om de performance te verbeteren. Een ander leerpunt was dat je het beste met één bestand kon werken in plaats van delen van het nieuwe bestand in te checken. Gelukkig kwamen deze punten in het testtraject al naar voren.”

Waadhoeke gezien in de GeoCAD/MicroStation-software.

 

Geen knip- en plakwerk
Het is niet zo dat je een bestaand BGT-bestand uit de Landelijke Voorziening zomaar naar een nieuwe omgeving kunt kopiëren en plakken. “Het lijkt verleidelijk om op die manier tijd te besparen”, aldus Jaap Bonnema. “De NedGraphics-software werkt met grenzen en centroïdes waaruit objecten worden gevormd. Je zou dan kunnen zeggen: ‘we pakken de objecten van de nieuwe gemeente en gaan daarmee verder’. Er zijn twee redenen om dat niet te willen. In onze NGdW-omgeving hebben wij meer geregistreerd dan wat we aan de LV hebben geleverd. Met het inlezen van een nieuw BGT-bestand zouden we de extra objecten kwijt zijn geraakt. Dan heb ik het vooral over alle niet-BAG- en niet-BGT-plichtige bebouwing. Daarnaast is aan onze ‘brongrenzen’ in veel gevallen nog extra informatie gekoppeld, zoals de inwindatum, de bron en de methode van inwinning. Die komt deels uit de voormalige GBKN, maar ook uit nieuwe metingen en uit kartering van luchtfoto’s. Ook die informatie willen we nog niet weggooien. Toen eind 2017 werd gestart met het samenvoegen van datasets, werden de eigen data dan ook als bron gebruikt.”

Midden-Groningen in NedBrowser.

Bronhoudercodes
Als er een nieuwe Nederlandse gemeente ontstaat, krijgt deze automatisch een eigen bronhoudercode. Dit is geen code die overeenkomt met een van de vroegere gemeenten, het is echt een nieuw getal. “Het SVB-BGT verandert op een afgesproken moment de oude bronhoudercode in de nieuwe”, legt Jaap Bonnema uit. Daarna krijg je daarvan mutatieberichten binnen die je moet verwerken. Als je die hebt verwerkt, dan is de code in je eigen registratie ook aangepast. Dat traject duurde bij ons langer dan verwacht. De oorzaak zat vooral in de techniek. Ondertussen waren we ook druk bezig met het bijwerken van (ondersteunende) waterdelen. Zolang we de nieuwe bronhoudercode niet hadden verwerkt, konden we nog geen nieuwe mutatieberichten leveren aan de LV. Door die wachttijd liep het aantal mutaties enorm op. Toen we weer konden leveren, was het mutatiebericht veel groter geworden dan de toegestane 50 MB. Het gevolg was dat we het bericht weer in tien kleinere stukjes moesten hakken. Die zijn uiteindelijk allemaal succesvol verwerkt.” Martijn Nota kan hier het volgende aan toevoegen: “In Midden-Groningen heeft NedGraphics hierin ondersteuning geboden. Alleen de bronhoudercode en de tijdstipregistratie van de objecten veranderden. Hiervoor is een query gebouwd die de bronhoudercode van G1987, G0040 en G0018 veranderde naar G1952. Daarmee hoefden we niet de dertig abonnementsberichten te verwerken die binnenkwamen vanuit het SVB.”

Een CAD-bestand in GeoCAD van de BGT in Midden-Groningen.

 

Verwante werkzaamheden
Bij alles wat we tegenkomen, is vertrouwen in de keten enorm belangrijk”, aldus Jaap Bonnema. “Vanaf het begin is het al zo dat een bronhouder ook de objecten van de zes andere bronhouders kan muteren. En daar moet je goede afspraken over maken.” Zo muteerde een andere bronhouder per ongeluk ook objecten van Waadhoeke. “Die bronhouder deed in zijn software een bewerking waardoor de polyline van een hekwerk in losse segmentjes werd geknipt. Daardoor kreeg het oorspronkelijke hekwerk een einddatum en ontstonden er drie nieuwe hekwerkjes. Daar kregen wij weer een mutatiebericht van.

Bij een koppeling met een BOR-pakket zijn dit soort onbedoelde mutaties natuurlijk niet fijn.” Vanaf dit voorjaar is Waadhoeke synchroon met de Landelijke Voorziening. “Je denkt misschien dat je klaar bent, maar je blijft bezig. De recente opvullevering hebben wij inmiddels succesvol afgerond. Maar het werk is inderdaad nooit af. We zijn alweer druk bezig met de volgende klus: het verwerken van de kartering van de bouwwerken uit 2017. En de nieuwe luchtfoto 2018 is alweer binnen, dus de hele cyclus van opsporen, beoordelen en verwerken begint binnenkort weer opnieuw.”

Comments are closed.