FOSS4GNL

18 september 2018

Techniek en toepassingen

Met een tweedaags programma vol workshops, vier parallelle tracks, een keynote van Ton ‘open data’ Zijlstra en bijna tweehonderd bezoekers bewees de Nederlandse opensource-community dat FOSS4GNL al in de tweede editie is uitgegroeid tot een niet te missen evenement.

Door Remco Takken

 

De lancering van het Geoforum vond plaats tijdens FOSS4GNL bij Hogeschool Aeres te Almere.

In twee jaar tijd is FOSS4GNL uitgegroeid van een ‘leuk’ evenement voor insiders tot een niet te missen bijeenkomst voor álle geo-ICT’ers die verder kijken dan de GIS-licentie die binnen hun organisatie draait. Dat is voor een groot deel te danken aan de geprofessionaliseerde communicatie van OSGeo.nl, organisator van het evenement. Zo ontstond er veel positief rumoer rondom de eerste editie vorig jaar. Er kwam een heldere website, bomvol informatie. In het afgelopen voorjaar maakten individuele leden bovendien op verschillende, ook ‘gesloten’, GIS-evenementen reclame voor FOSS4GNL. 

 

Jan-Willem van Aalst van Imergo besprak enkele vernieuwingen in QGIS 3.0 en 3.2, waarbij hij zelf ter plekke een 3D-kaart maakte.

Er is ‘iets’ gebeurd
Het fenomeen ‘open source’ is de afgelopen jaren wellicht toegankelijker geworden, maar er is zeker ook ‘iets’ gebeurd onder geoprofessionals. Prijsstijgingen van reguliere licenties zijn niet altijd meer zomaar weg te redeneren, terwijl er in veel gevallen géén kant-en-klaarproduct beschikbaar is voor specifieke taken, in ieder geval niet binnen de afgesproken prijs. Werkprocessen worden weliswaar gestroomlijnd, maar ook dat gebeurt verrassend vaak buiten de GIS-software om. Bovendien is het bewustzijn gegroeid dat veel geoprofessionals zelf tijd investeren in het toegankelijk maken van interne én externe data. Intussen is de ICT-architectuur welhaast dichtgetimmerd door grote systeemreuzen. ‘Knutselen met geo’, voorheen een vooroordeel jegens opensource-GIS, werd dé manier om het heft weer in eigen handen te nemen.

Esri versus open source
Op zich was het niet zo vreemd dat ICT-dienstverlener Ordina een Esri-specialist naar Almere had gestuurd die netjes uitlegde dat een platform als ArcGIS Online zijn voordelen had, maar dat een opensource-variant ongeveer hetzelfde kon. Bij Ordina is men immers bekend met de courante oplossingen van dit moment. Waar de pijn zit, werd echter niet zo duidelijk benoemd. Geo-ICT’ers die veel proefballonnetjes oplaten, en dus veel credits verspelen in ArcGIS Online, lijken op de korte termijn duurder uit te zijn. Wie hetzelfde doet met een opensource-programma, moet zich echter goed realiseren dat de beheerkosten van de laatste, uiteindelijk worden betaald in de gewerkte uren van de mensen die het spul in de lucht moeten houden. Uiteindelijk gaat het bij de keuze voor ‘closed source’ versus open source om de vergelijking tussen licentiekosten en beheerkosten. 

 

Geo-ICT-consultant bij Merkator Ronnie Lassche en de Geodienst van de RuG toonden een aantal zelfgemaakte functies in PostGIS waarin BAG-gegevens rondom planning, bouw en sloop werden ingezet.

Volwassen portfolio
Dat de opensource-GIS-wereld een volwassen portfolio bezit met actuele tools en toepassingen mag bekend zijn, het blijft indrukwekkend om ondergedompeld te worden in de praktijkvoorbeelden. Richard Rijnks van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) vertelde over het Monitoringsconsortium voor vaarrecreatie en natuur (MOCO). Daarin worden onder meer bootbewegingen, radardata en AIS-data ingezet om te laten zien dat varende toeristen zich over het algemeen goed gedragen in een kwetsbaar gebied zoals de Wadden. Ook van de RuG kwam de presentatie over vastgoedanalyses met behulp van de Basisregistraties Adressen en Gebouwen met PostGIS. De Geodienst van de RuG toonde een aantal zelfgemaakte functies waarin BAG-gegevens rondom planning, bouw en sloop werden ingezet. Bijvangst: ongeveer 1,3 procent van deze gegevens vertoonde een ‘vreemd beeld’, wat wellicht teruggekoppeld kan worden naar de betreffende gemeentelijke bronhouders, maar in principe is de BAG prima geschikt voor vastgoedanalyses.

Software
Natuurlijk was er ook aandacht voor software-vernieuwingen. MapWindow, PostGIS, GeoPackage, 3Dfier, Krite en vele andere pakketten kwamen langs. Jan-Willem van Aalst van Imergo besprak enkele vernieuwingen in QGIS 3.0 en 3.2, waarbij hij zelf ter plekke een 3D-kaart maakte. Hij waarschuwde echter direct voor bugs en systeemuitval, want de 3D-functionaliteit in QGIS is nog zeer vers. In de vele technische tracks kwamen verschillende prominente geo-ICT’ers aan het woord om uitleg te geven. Edward Mac Gillavry besprak de stand van zaken rondom NL Maps. NL Maps is bedoeld voor overheden en webontwikkelaars die nu vaak Google Maps of Open StreetMap gebruiken. Het is een aanvulling op PDOK voor andere en nieuwe doelgroepen. Die hoeven niets van kaartprojecties, coördinaatstelsels en webservices te weten en kunnen toch snel en makkelijk de officiële kaart van Nederland gebruiken. 

Peter-Paul Koonings van GeoNovation besprak de keuze voor Leaflet of OpenLayers voor viewers, Niene Boeijen van Webmapper gaf uitleg over Vector Tiling. Jaap-Willem Sjoukema van het Kadaster riep op om ‘Generieke Geo Componenten’ te ontwikkelen rondom GIS-viewers. Die moeten voorkomen dat het wiel, ook buiten het Kadaster, steeds opnieuw wordt uitgevonden. 

Freshem
Eén van de talloze praktijkvoorbeelden waarin te zien was dat opensource-GIS-platforms worden ingezet voor het verwerken van een complete workflow van data-inwinning tot visualisatie, was de zoet-zoutkartering van de Zeeuwse ondergrond door André van de Straat. Dankzij de droge zomer is heel Nederland zich inmiddels wel bewust van de schaarste van zoet water, omdat er in Zeeland geen aanvoer of voorraad van belang aanwezig is. Dit geeft niet alleen beperkingen voor de landbouw, het probleem wordt nijpender naarmate de klimaatverandering vordert. Van de Straat begon met een 3D-beeld waarin in voxels de verdeling van het grondwater in zoet-brak en zout te zien was. Daarna legde hij de noodzaak uit van metingen: “Wie zich bij simulaties van grondwatermodellen afhankelijk maakt van berekeningen, blijft steken in de theorie, terwijl de weerstand en de geleidbaarheid van water prima in de praktijk te meten is.” Voorbeelden van meetmethoden: Airborne of Helicopter Electromagnetic (AEM/HEM). Het resultaat zijn 2D-vlieglijnen, een grensvlakdieptekaart en een verschillenkaart tussen berekende en gemeten waarden. 

Marco Duiker vertelde namens de OpenGeoGroep dat het bij het maken van de Freshem Viewer van belang was om de informatie toegankelijk en begrijpelijk te ontsluiten. “Je moet eigenlijk antwoorden geven in plaats van informatie. Vandaar dat wij de focus hebben gelegd op belangrijke grenswaarden en op de locaties.” In de kaart zijn dan ook verschillende verschijningsvormen opgenomen, waaronder hoogte, diepte en tijd. 

Geoforum
Natuurlijk was er ook gedacht aan de presentatie van een hard nieuwsfeit: de lancering van het Geoforum vond op 11 juli plaats tijdens FOSS4GNL bij Hogeschool Aeres te Almere. In feite is het Geoforum een voortzetting van het reeds bestaande PDOK Forum, maar dan onder een nieuwe naam en met een bredere samenwerking. PDOK bundelt hier namelijk de krachten met Stichting OSGeo.nl om samen ‘hét forum voor de Nederlandse geowereld’ te faciliteren. In de eerste maand sinds de lancering naderde het aantal vragen de honderd, met ruim het dubbele aan antwoorden en andere reacties.

 

Comments are closed.