Geo als buzzwoord?

1 februari 2016

“Help! Wij moeten ook iets doen met geodata, maar we weten niet zo goed wat.” Met die vraag werd ik enkele weken geleden benaderd door de innovatieafdeling van een groot Nederlands bedrijf. Oké, ik zal toegeven dat ik voor deze column de vraagstelling misschien wat gechargeerd heb, maar de essentie van de vraag is overeind gebleven. Bovendien is deze vraag exemplarisch voor een sentiment dat ik vaker tegenkom in mijn werk als geoprofessional: bedrijven en instellingen die het gevoel hebben dat ze ‘iets’ met geodata moeten doen, maar eigenlijk niet zo goed weten wat.

We zouden dit gegeven als een compliment kunnen opvatten: blijkbaar worden termen als ‘geodata’, ‘open data’ en ‘GIS’ steeds vaker gekoppeld aan termen als ‘innovatie’, ‘vooruitgang’ en ‘vernieuwing’. Er begint zich een besef te vormen dat ‘geo’ een belangrijke rol speelt in onze digitaal ingeplugde en onderling verbonden wereld. Op zich zou dit al als een overwinning kunnen gelden; zeker binnen een onderzoekscontext waarin de laatste 20 tot 30 jaar de rol van ruimte, locatie en geo toch veelal gemarginaliseerd werden ten gunste van andere (sociaaleconomische) factoren. De wereld zou alleen maar verder globaliseren en daardoor “platter” dan ooit worden. En in zo’n platte wereld zouden begrippen als ‘locatie’ en ‘regio’ er niet of nauwelijks meer toe doen. Niets is echter minder waar gebleken; de platter wordende wereld heeft juist geleid tot een hernieuwd besef van het belang van locatie, afstand en regio. De opkomst van GIS en open data is exemplarisch voor dit hernieuwde besef.

De verbindende factor in dit verhaal is technologie. Technologie heeft onze wereld platter gemaakt en onze verbonden netwerksamenleving gestalte gegeven, maar heeft ook enorme vooruitgang in de geografie gebracht door GIS, geodata en locatie-onderzoek. Technologie heeft nieuwe relevantie gegeven aan de geowereld met de enorme opkomst van open data als lichtend voorbeeld. Een enorm palet aan ruimtelijke data ligt binnen handbereik, maar de echte vraag blijft toch nog steeds: “wat moeten wij ermee?”

En daarmee ben ik weer terug bij de vraag waarmee ik deze column begon. Ondanks een ogenschijnlijk groeiend besef van het belang van locatie(data) is men nog steeds op zoek naar relevante invullingen. Natuurlijk, apps die een dataset op de kaart weergeven zijn leuk, maar is dat het dan? Is dat alles wat de geografie en de geowereld te bieden heeft? Of moeten we dieper graven en verder gaan in onze ambitie en uitwerking?

Volgens mij moeten we waakzaam zijn dat termen als ‘GIS’, ‘open data’ en ‘geo’ geen buzzwoorden worden: holle frases die meewaaien met de waan van de dag en door snelle marketingjongens gebezigd worden in een zoektocht naar de immer ongrijpbare innovatie. Om de geowereld echt relevant te maken, en te houden, zullen we duidelijk moeten maken wat het belang is van onze point of view: de geografische blik met haar voorliefde voor schaalniveaus, locatiedata en ruimtelijke analyses. Bovendien zullen we concrete invulling moeten blijven geven aan de buzzwoorden die we deels zelf geschapen hebben, zodat bedrijven niet alleen weten dat ze iets met geo moeten, maar juist weten wat ze ermee kunnen. Aan ons de schone taak om deze verheldering te brengen.

Mark Noordzij is eigenaar van de Geofabriek: een platform gericht op de analyse en visualisatie van geografische data. Je kunt hem bereiken via: info@geofabriek.com of tweeten @Geofabriek

Comments are closed.