Column: Geo op het gemeentelijk speelveld

2 mei 2017

Een droom van een kans

De partijen staan opgesteld, de scheidsrechter kijkt op zijn horloge, de spelers stellen zich op en langs de lijn nemen de coaches en verzorgers hun plaatsen in. Het spel begint. Maar al snel gebeurt er iets vreemds. Het eerst zo herkenbare gemeentelijke speelveld verandert van vorm en het veld verbreedt zich. De doelen veranderen van plaats, waarbij het ene doel groter wordt en het andere ineens veel kleiner. Het is alsof de lijnen op het veld zich verplaatsen en deels vervagen. Aanvankelijk gebruiken alle spelers alleen hun hoofd en hun voeten, maar dan komen er nieuwe spelers bij die hun handen en - nog sterker - hun ellebogen gebruiken. En dan die scheidsrechter… De ene keer is de man streng maar rechtvaardig, de andere keer kijkt hij de andere kant op als iemand onderuit wordt geschoffeld. Dure, ingehuurde spelers schuiven elkaar de bal eindeloos toe, maar gescoord wordt er niet.

Gelukkig was het maar een droom. Ik moest er aan denken omdat wij als geo-experts, samen met de rest van het team van gemeentelijke collega’s, niet op een dergelijk speelveld terecht willen komen als de Omgevingswet straks van kracht wordt.  De Omgevingswet werkt als een krachtige katalysator en de Digitale Agenda 2020 als een gemeentelijke aanjager. Wij geo-mensen, vaste basisspelers in het spel, hopen op meer speelruimte, meer inbreng in de strategie op het veld.  Wij gaan het anders doen. We gaan op dit nieuwe gemeentelijk speelveld heldere lijnen trekken en zetten de doelen weer recht. We spreken af wat de regels zijn en denken na over wat de andere gemeentelijke spelers nodig hebben aan geo-training en coaching. Pingeldozen gaan eruit en zinloos heen-en-weer tikken doen we niet meer. Zo zorgen we er samen voor dat de gemeenten hun spel voor burgers en bedrijven efficiënt en effectief kunnen spelen.

Maar hoe graag we ook willen, die inrichting van de digitale omgeving voor de Omgevingswet gaat niet vanzelf en van een flitsend spelletje op het speelveld is nog geen sprake, toch? Hoe gaat het dan nu eigenlijk op dat speelveld? Hebben we wel tegenstanders? Wie is er scheidsrechter? Wat zijn de regels? Als wij het zo vanzelfsprekend vinden dat onze geo-expertise gebruikt wordt, waarom moeten we dan zo vaak roepen om de bal? We lijken een spelletje te spelen waarbij de doelen nog vorm moeten krijgen, waarbij we samen de regels nog moeten maken, er geen echte scheidsrechter blijkt te zijn en de (geo-)strategie is nog niet afgestemd op de strategie van de andere spelers (die overigens net zo graag samen willen werken als wij) en dus mislukken er heel wat een-tweetjes.

Zijn we dan toch op weg naar die nachtmerrie? Nee, ik zie juist een droom van een kans! Ik herinner me nog de vele avonden dat ik met mijn vrienden op het pleintje voetbalde. Er was geen scheidsrechter, geen zijlijn, alleen maar ‘ongeveer’-doelen en bij een overtreding stopte je gewoon en gaf je de bal af. En het werkte goed, want een ding was vanzelfsprekend: het spel speelden we niet alleen, maar samen.

Pieter van Teeffelen is directeur bij gemeentelijk kennis- en gegevensknooppunt DataLand.

Comments are closed.