Column: #Geo4web testbed: de laatste ontwikkelingen

16 november 2016

In mijn eerdere blogs [1] [2] schreef ik hoe de meeste geo-standaarden, die bij het OGC vandaan komen, zo langzamerhand hun houdbaarheidsdatum bereikt hebben. Of, om het genuanceerder te brengen, niet voldoende aansluiten bij de webstandaarden waar een grote gebruikersgroep, die van de web developers, aan gewend is. En hoe Geonovum een testbed heeft ingezet om samen met enkele marktpartijen te onderzoeken hoe je geo-informatie kan publiceren op een manier die wél aansluit bij deze groep van gebruikers én bij geautomatiseerde ‘gebruikers’ van data, zoals zoekmachines en intelligente tools.

Door Linda van den Brink

Het testbed kende twee fasen. Wat we leerden in de eerste fase, is samengevat in een set ‘lessons learned’.  In de tweede fase, die in de zomer van 2016 is uitgevoerd, zijn deze lessons learned toegepast en getoetst. Net als de eerste keer hebben we dit als opdracht in de markt gezet. Drie partijen zijn geselecteerd en zij gingen aan de slag met data die al in de eerste testbedfase gepubliceerd was, en data die door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed beschikbaar was gesteld.

Triply, een aan de VU gelieerde startup, die onder andere werkt aan de LOD Laundromat, ging aan de slag om de geselecteerde datasets te publiceren en moest daarbij de lessons learned volgen. Dat ging niet zonder problemen. De focus van Triply lag op linked data, maar het publiceren van linked geo data bleek door ‘triple stores’ (linked data databases) nog niet goed te worden ondersteund. Zoekvragen die zowel geodata als administratieve data raken, leidden tot instabiliteit en performance issues. Triply ging op zoek naar een goede oplossing en beveelt in haar rapport aan om een triple store te combineren met een bestaande, snelle oplossing uit de GIS-wereld: in dit geval GEOS, de backend library die wordt gebruikt in PostGIS en qGIS.

Spotzi, een bekende uit de eerste testbedfase, en Alterra gingen aan de slag met de door Triply gepubliceerde data. Zij bouwden ieder een app en noteerden hun positieve of negatieve ervaringen daarbij. Spotzi bouwde een webapplicatie waarmee je cultuurhistorische data kunt vinden op basis van postcode of een selectie op de kaart, en rapporteerde over alle hobbels die ze onderweg tegenkwamen. Alterra schreef een heel leesbaar rapport dat vanuit het standpunt van een fictieve webdeveloper, Bob, de ervaringen met geodata op het web en de lessons learned beschrijft. Zeker een aanrader om eens te lezen!

Door het werk van Triply, Spotzi en Alterra hebben we een goed beeld gekregen van de bruikbaarheid van de lessons learned. Iets wat we ook weer als eindrapportage in de lessons learned hebben verwerkt. Ook kunt u de rapporten van de drie lezen. Zie Github voor al het opgeleverde materiaal tot nu toe.

Het testbed heeft met deze tweede fase een eindpunt bereikt. We hebben een goed beeld gekregen van wat er speelt als je, als niet geo-specialist, een applicatie wilt bouwen. Het gaat om veel meer dan alleen de techniek; documentatie, beschikbaarheid, ondersteuning voor verschillende groepen ontwikkelaars en helderheid van communicatie zijn minstens zo belangrijk.

We kijken binnen Geonovum en met onze partners verder hoe we alles wat we hebben geleerd, verder kunnen toepassen. Moeten we bij het ontwikkelen van standaards verder kijken dan naar de technische specificaties? Kunnen we daarbij onze krachten als geo-industrie bundelen? Momenteel onderzoeken we of het zinvol zou zijn om voor eventuele vervolgvragen samen te werken met INSPIRE. Dus u hoort nog van ons.

Comments are closed.