Het hoe en wat van een gemeentelijke SDI

13 september 2018

Afstudeeronderwerp GIMA

Overheidsorganisaties, vooral gemeenten, zetten geodata in om aan wettelijke verplichtingen te voldoen, om eigen werkprocessen te ondersteunen en om hun dienstverlening te optimaliseren. Om dat te bewerkstelligen is een goed functionerende Spatial Data Infrastructure (SDI) van groot belang. Op dit moment is er echter maar weinig inzicht in de bruikbaarheid van de huidige gemeentelijke SDI’s.

Door Bestoon A. Mahmoud

Het concept van de vijf ‘Geowares’.

In mijn onderzoek, in het kader van een afstudeeropdracht van GIMA, vinden lezers een omschrijving van de stand van zaken binnen gemeentelijke SDI-situaties aan de hand van het concept van de vijf ‘Geowares’ (Humanware, Dataware, Orgware, Software en Hardware). De figuur toont het onderzoekbelang van deze onderdelen voor de SDI. De uitkomsten hiervan kunnen gemeenten aansporen om meer te investeren in het ontwikkelen van hun SDI. De gekozen combinatie van methoden kan niet alleen worden toegepast om te helpen bij het ontwikkelen van GIS (Geografisch Informatie Systeem) en SDI ‘voor lokale overheden’, dit onderzoek biedt eveneens een startpunt voor verder onderzoek.

Wat is een SDI?
Een Spatial Data Infrastructure (SDI) is een dynamisch, hiërarchisch en multi-disciplinair concept, een containerbegrip waarin data, toegangsnetwerken, institutioneel beleid, technische standaarden en menselijk kapitaal elkaar vinden. SDI’s zijn ooit ontwikkeld als mechanismen om de toegang tot en het delen van ruimtelijke data mogelijk te maken binnen een GIS-omgeving. Datasets kunnen worden geclassificeerd op grond van vijf toegankelijkheidsniveaus: openbaar, intern, beperkt/aangepast, vertrouwelijk en geheim.

Wat is ‘usability’?
Om gemeentelijke taken en processen efficiënt te ondersteunen, moet de reeds aanwezige SDI natuurlijk bruikbaar zijn. Hoe bepaal je of een gemeentelijke SDI, gezien door de ogen van de gebruikers, ook echt goed bruikbaar is? Je kunt kijken naar bestaande standaarden, zoals ISO, die onder meer effectiviteit, efficiëntie en tevredenheid onder de noemer ‘usability’ schaart. Volgens de internationale ISO-standaard 9241-11 zegt ‘usability’ iets over de manier waarop een product kan worden ingezet voor bepaalde doelen. Ook de SMART-indicatoren (Specific, Measurable, Achievable/Accepted, Realistic, Time-bound) kunnen behulpzaam zijn om een ‘usability framework’ op te zetten.

Evalueer het gemeentelijke GIS
Het lijkt een open deur, maar het evalueren van het gemeentelijke GIS blijkt de beste manier om er achter te komen hoe de betrokkenen aankijken tegen het gebruik van geo-informatie. Immers, het GIS is het ‘raam’ waardoor de gebruikers kijken naar geodata en de SDI die erachter schuilgaat. Het speelt een grote rol in het faciliteren van data-inwinning en opslag. Het maakt daarnaast beslissingen mogelijk op basis van dataprocessing en analyse. Daarbij moet het begrip ‘gebruiker’ ruim worden opgevat. Veel informatie is gerelateerd aan een plaats op aarde en kan dus via een kaart worden weergegeven of ontsloten. Bijna iedereen gebruikt op dagelijkse basis geo-informatie, echter: zonder zich daarvan altijd bewust te zijn. Ook genomen of te nemen beslissingen gaan vaak over een locatie. Het gebruik van geo-informatie in welke vorm dan ook, is overweldigend! Gemeenten gebruiken ruimtelijke gegevens voor dagelijkse processen waarbij landgebruik een rol speelt, bijvoorbeeld bouwvergunningen, belastingheffing, rioolverbetering en beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

SDI’s zijn ooit ontwikkeld als mechanismen om de toegang tot en het delen van ruimtelijke data mogelijk te maken binnen een GIS-omgeving. Beeld: Gemeente Maassluis.

Enquêtes
Het afnemen van enquêtes op basis van vragenlijsten en/of interviews, is van grote waarde, zeker wanneer er sprake is van een deadline of tijdpad. Het is een goede manier om snel informatie te ontvangen van de verschillende belanghebbenden. Het formuleren van de juiste vragen is de volgende belangrijke stap. Het taalgebruik moet niet alleen begrijpelijk zijn, maar ook doelgericht en beknopt. Bovenal moeten de toon en de woordkeuze herkenbaar en vertrouwd zijn voor de medewerkers. Het selecteren van de vragen bleek nog best lastig. Hoe maak je persoonlijke, subjectieve meningen meetbaar? Met de hulp van ervaringsdeskundigen én de nodige achtergrondliteratuur is het uiteindelijk toch gelukt om de indicatoren zo SMART mogelijk te krijgen. 

Respons
In dit GIMA-onderzoek zijn de gemeenten Maassluis en Westland onderzocht. Het afnemen van interviews en het laten invullen van enquetes bleek goed haalbaar te zijn in Maassluis. E-mailadressen waren beschikbaar, er waren log-files beschikbaar om gebruikers op te sporen. De enquête is bovendien gepubliceerd op het intranet. Dat lag in Westland helaas net even wat lastiger. Zo waren er geen e-mailadressen beschikbaar. Bovendien gingen de vragen over het ‘vorige’ GIS, GeoMedia, dat dus feitelijk na de uitfasering nog werd besproken. Uiteindelijk is de enquête naar een beperkt aantal betrokkenen verstuurd, waarvan de helft reageerde. Toch boden de ingevulde enquêtes voldoende handvatten om iets te kunnen zeggen over de usability (van IBORgis).

De situatie in Maassluis
Op effectiviteit van de SDI scoorde Maassluis goed, vooral op grond van de kwaliteit en de kwantiteit van de beschikbare datasets. De efficiëntie bleek iets minder (van ‘slecht’ tot ‘acceptabel’), wat toe te schrijven was aan problemen met de software (Stroomlijn). Over het algemeen was de tevredenheidsscore ‘goed’ (6,8 tot 10), dit dankzij een goede interne ondersteuning en het feit dat een werkbare SDI de productiviteit verhoogt zolang de interface op een acceptabel niveau functioneert. Ook andere aspecten kregen goede cijfers, zoals de ondersteuning van de SDI voor duurzaamheidsdoelen en het gebruik van alternatieve kaartviewers voor ander gebruik dan de gangbare thema’s. Deze evaluatie van de SDI in Maassluis is nuttig geweest om de kracht en de zwakte van de huidige situatie boven tafel te krijgen, zodat daar rekening mee kan worden gehouden bij verdere doorontwikkeling.

De BAG-woonplaatsenkaarten van de gemeenten Westland en Maassluis. Beeld: Jan-Willem van Aalst, www.opentopo.nl.

De situatie in Westland
De gemeente Westland heeft geen specifieke geo-afdeling, wat een negatief effect kan hebben (gehad) op het (door-)ontwikkelen van een logisch functionerend SDI. Hoewel (daardoor?) de respons in Westland te wensen overliet, is er genoeg te zeggen over de lokale SDI. Op aspecten rondom effectiviteit werd goed gescoord: de kwaliteit en kwantiteit van de data is in orde. Het beeld op ‘efficiency’ is wisselend. Goede beoordelingen kregen systeemsnelheid, gebruiksgemak en de verschillende aanwezige ondersteuningsvormen. Minder goed uit de bus kwamen de gebrekkige printfunctionaliteit, het ontbreken van PDF-extractfunctionaliteit en de benodigde tijd per sessie. Dit verschilt natuurlijk per gebruiker, maar menigeen zal inzien dat het uitvoeren van één IBORgis-taak korter zou moeten duren dan een uur, zoals werd gerapporteerd. Ook de tevredenheid van de gebruikers liet een wisselend beeld zien. Bepaalde sub-onderdelen, zoals gebruiksgemak en administratorsondersteuning bleven onduidelijk. Berichtgeving over het intranet werd als ‘slecht’ ervaren. Goede tevredenheid werd gescoord op het gebied van help-documentatie; Westland beschikt over heldere video-uitleg. Ook ‘productiviteit’, ‘zou je dit een collega aanraden’, de aangeboden interface en het algemene gevoel van tevredenheid waren ‘goed’. Al met al kan, alle binnengekomen input overziend, worden geconcludeerd dat het ontwikkelen en implementeren van een nieuwe SDI-strategie hier lonend kan zijn. 

Conclusies en verder onderzoek
Het doel van een dergelijk onderzoek als het mijne, is het beoordelen van een gemeentelijke SDI door de eigen gebruikers, en dat in het licht van de door de organisatie zelf gestelde doelen. De huidige stand van lokale SDI’s is in twee gemeenten bekeken op grond van het concept van de vijf ‘Geowares’. Interviews waren gewijd aan uitleg hierover. Natuurlijk gaat het in een dergelijk onderzoek niet om het in een hoek zetten van een afdeling of individuele medewerkers. Na dit alles is er veel interessants te zeggen over dit onderwerp. Meer onderzoek is dan ook welkom, onder meer waar het gaat om rijksoverheidsinitiatieven en gemeentelijke SDI’s, de rol van gemeentelijke SDI’s bij wettelijke verplichtingen, zakelijke processen, betere dienstverlening voor burgers, het ondersteunen van de gemeentelijke missie, visie en doelen, duurzaamheidsidealen, enzovoorts. Ook is het interessant om te kijken hoe het concept van de vijf ‘Geowares’ het beste kan worden ingezet om lokale SDI’s op te zetten en vervolgens in te zoomen op het duurzaam beheer ervan. Verder is het gebruik en de rol van metadata onderbelicht gebleven in deze studie. 

Bestoon A. Mahmoud bestoon@gmail.com is als geo-informatiespecialist gericht op de lokale overheid. Al zo’n vijftien jaar is hij geïnteresseerd in de ontwikkeling van GIS en SDI voor de gemeenten en andere (overheids)organisaties. Hij haalde in 2017 zijn MSc-titel Geographical Sciences in de studierichting Geographical Information Management and Applications (GIMA). 

Zijn thesis link: 

https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/354081

 

Website MSc GIMA

Comments are closed.