Veel naoorlogse stadswijken sociaaleconomisch zwak

16 november 2017

De ruim 710 duizend inwoners van stadswijken die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd, zitten vaker in de bijstand dan de inwoners van de meeste andere wijken. Zij leven ook vaker rond het sociaal minimum, wonen vaker in een huurwoning en zijn vaker alleenstaand. Dat meldt het CBS in het eerste bericht in een reeks over woonwijken die zijn gebouwd tussen 1945 en 1965.

In de weblink onderaan dit nieuwsbericht bevindt zich een interactieve kaart, gemaakt met behulp van Esri-technologie.

‘Krachtwijken’

Een kwart van de naoorlogse stadswijken werd in 2007 onbedoeld ironisch als ‘krachtwijk’ geïntroduceerd. De naoorlogse wijken worden immers vaak geassocieerd met sociaaleconomische achterstanden. Wie wonen in naoorlogse wijken? Is de bevolkingssamenstelling en sociaaleconomische situatie van de bewoners van deze wijken anders dan die in de steden en in de rest van Nederland?

68 naoorlogse wijken in 30 grote gemeenten

Het CBS heeft onderzoek gedaan naar sociaaleconomische kenmerken van naoorlogse wijken in de 42 grootste gemeenten van Nederland in 2016. Op basis van een aantal criteria zijn uit deze gemeenten 68 wijken geselecteerd. Deze wijken bevinden zich in 30 van deze gemeenten. In 2016 woonden in deze wijken 711 duizend inwoners, ruim 4 procent van de bevolking. Ruim de helft woont in de Randstad. De Rotterdamse wijk Charlois is met 66 duizend bewoners de grootste naoorlogse wijk.

De verschillen

In de onderzochte naoorlogse wijken staan vaker corporatiewoningen (huurhuizen) waarin veel mensen wonen die jonger zijn dan 45 jaar. Ook wonen er minder stellen en gehuwden. Bewoners van naoorlogse wijken zitten vaker in de bijstand en sowieso bevinden zich meer huishoudens rond het sociaal minimum. Tot slot zijn de bewoners vaker van niet-westerse herkomst.

Website Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Comments are closed.