Testbed geodata op het web

15 januari 2016

In de zes jaar dat ik nu voor Geonovum werk, heb ik me altijd al beziggehouden met standaarden. Standaarden die nodig zijn om publieke geo-informatie uitwisselbaar te maken, waardoor de toegankelijkheid van die data wordt verbeterd zodat de overheid uiteindelijk beter kan presteren.

Door Linda van den Brink

De internationale basis voor die standaarden vinden we bij het Open Geospatial Consortium (OGC), waar GML, WMS, CSW, WFS, om een paar gangbare te noemen, vandaan komen. Die standaarden worden in Nederland best veel gebruikt. Dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Het merendeel van de geo-webservices zijn WMS-services. Die geven je plaatjes, geen data.

Het is de vraag welke gebruikers blij worden van OGC-standaarden. Standaarden zijn doorgaans niet zo geliefd, maar ze moeten wel bruikbaar genoeg zijn om hun doel te bereiken. OGC-standaarden doen dat voor een deel. Voor geo-ICT experts zijn ze prima. Ben je dat niet, dan vragen deze standaarden behoorlijk wat tijd om ze te doorgronden. Ze zijn complex, omdat ze ook complexe vraagstukken uit de geowereld aan moeten kunnen. Tijd om die complexiteit te doorgronden heeft de gemiddelde websitebouwer, die wat geo-data wil gebruiken, meestal niet. Matthias Snoei maakte dit al goed duidelijk in zijn betoog voor een verplichte API richtlijn in GIS Magazine 7 (2015).

Bovendien is de data die in een WFS-service gepubliceerd is, niet toegankelijk voor de indexeerbots van zoekmachines. Die kennen de juiste manier niet om een WFS-service te bevragen. Daarnaast heeft de data die erin zit geen URL’s en kan niet automatisch ‘gecrawld’ worden om te indexeren. Voor zoekmachines zijn WFS-services part of ‘the dark web’. Geo-informatie is kortom geen onderdeel van het ecosysteem van het web. De informatie is niet vindbaar via gangbare kanalen, zoals zoekmachines. Jammer, want zou het niet mooi zijn als je in Google of Bing de BAG-data van je huis kan vinden, of de geluidsmetingen bij een vlakbij liggende snelweg?

Maar als de OGC-standaarden niet (meer) voldoen, roept dit natuurlijk meteen de vraag op: wat dan wel? Afhankelijk van wie je het vraagt krijg je verschillende antwoorden: GeoJSON, Linked Data, APIs, ... Maar hoe en wanneer je dan die nieuwe en andere technieken inzet, zodat geo-informatie wél onderdeel van het web wordt en vindbaar en bruikbaar voor iedereen, is nog niet duidelijk. Op zoek naar de antwoorden is Geonovum een ‘testbed’ begonnen. We hebben een aantal vragen geformuleerd, deze in de markt gezet en uit de reacties drie partijen gekozen. Het bedrijf Spotzi gaat aan de slag met de vraag wat een bruikbaar publicatieplatform is voor geo-informatie. APIwise buigt zich over de vraag hoe we geo-informatie doorzoekbaar maken, gebruikmakend van het ecosysteem van het web en linked data. Het consortium Interactive instruments, GeoCAT en Linked Data Factory werkt uit hoe we geo-informatie op het web krijgen, gebruikmakend van de huidige infrastructuur.

De deelnemers zijn inmiddels begonnen en hun progressie is op verschillende manieren te volgen. Er zijn regelmatig publiek toegankelijke werksessies waarin de deelnemers laten zien waar ze staan en waar ze tegenaanlopen. Zelf ben ik erg enthousiast over het feit dat alle deelnemers werken in GitHub. Dit betekent dat iedereen de progressie van dag tot dag kan volgen, aan discussies kan deelnemen, suggesties kan doen, testbedresultaten kan hergebruiken of er zelfs aan kan bijdragen!

Voor meer informatie zie www.geonovum.nl/onderwerp-artikel/testbed-locatie-data-het-web

Linda van den Brink houdt zich binnen Geonovum bezig met geo-standaarden en informatiemodellen

Comments are closed.